Met zijn Vier Ballades schiep Chopin een van de meest eigenzinnige vormen uit de romantische pianomuziek. Geschreven tussen 1831 en 1842 combineren deze ballades een sterk verhalend karakter met scherpe contrasten, intense lyriek en een bijzonder vrije vormtaal. Afwisselend meditatief, heroïsch of hartstochtelijk tonen deze stukken hoe Chopin de piano inzet als vertellend instrument. Julien Boréal legt de poëtische gelaagdheid en innerlijke samenhang bloot van deze sleutelwerken uit het pianorepertoire.
Cercle Royal Gaulois +
Frédéric Chopin (1810-1849)Tweede Ballade in F-groot, op. 38
Derde Ballade in As groot, op. 47
Eerste Ballade in g klein, op. 23
Vierde Ballade in F-groot, op. 52