Met zijn 44 duo's voor twee violen opent Béla Bartók een fascinerend klanklaboratorium. Gecomponeerd in 1931 getuigen deze korte stukken van zijn grote interesse in de volksmuziek uit Centraal? en Oost?Europa. Bartók vertrekt van traditionele Hongaarse, Roemeense en Slovaakse melodieën, maar vormt ze om tot een eigen muzikale taal. Achter de schijnbare eenvoud schuilt een wereld vol ritmische en harmonische vondsten, waarin hij de klankmogelijkheden van de viool tot het uiterste verkent.
Onze-Lieve-Vrouw ter Zege op de Zavel +